Complexloos leven in 5 stappen

Complexloos en voluit leven

Er was eens een vriend die jarig was. Piepjong was hij niet meer. Maar echt bejaard ook nog niet. Wel miste hij, volgens mij, de durf om voluit te leven. Mijn verjaardagscadeau  was dit stappenplan. Nu zoveel jaar later haal ik het vanonder het stof. Om er zelf terug naar te leven. En om te delen met iedereen rondom me. Want zeg nu zelf: waarom zou ik het maar aan één persoon cadeau doen?
En hoe gaat het ondertussen met hem? Als ik de laatste berichten hoor, is hij er stilaan mee weg, dat complexloos leven. Ik hoop stilletjes dat mijn cadeau hem de goede richting heeft gewezen…

Complexloos en voluit leven doe je zo:

Stap 1: Hou van jezelf. Natuurlijk ben je niet perfect. Wie wel?

Stap 2: Ga niet incognito door het leven. De mensen rondom je mogen weten wie je bent. Zeker geen grijze muis. Maar wat of wie dan wel?

Stap 3: Denk niet vooraf wat ‘de anderen’ van je zullen denken. Deze gedachte verlamt je en je komt niet meer in beweging. Je zal het achteraf wel horen. Als ze er al iets van zullen denken…

Stap 4: Wees positief en pluk de dag. Als het glas halfvol is, duurt het feest langer.

Stap 5: Toon je gevoelens. De aarde gaat niet beven als je het doet. En je krijgt zoveel meer terug.

Advertenties

Ondernemen in Zuid-Afrika: trendy Soweto overwint elk vooroordeel

Zuid-Afrika 20 jaar na de val van de apartheid: voor MO* trok ik tien dagen naar Zuid-Afrika, sprak met tientallen mensen over voor en na de apartheid en dit resulteerde in drie reportages over drie verschillende onderwerpen: onderwijs, vrijwilligerswerk en ondernemen.

‘I See a Different You’ is een blog, een levensstijl en een ondernemersverhaal dat startte als een hobby van drie Zuid-Afrikaanse jongeren. De tweelingbroers Justice en Innocent Mukheli en Vuyo Mpantsha combineren sinds december 2011 hun passie voor mode en kunst met de liefde voor hun geboorteplaats om anderen hún Soweto te laten zien.
(Klik hier op verder te lezen.)

isady_december-2011

I See a Different You: ‘Vooroordelen over Soweto waren nooit veraf, het beeld was verwrongen en soms zelfs enorm deprimerend.’

Een jurk voor elke dag

© Monica Carro Muiño

© Monica Carro Muiño

Ze heeft er voor gespaard. Elke week vier euro opzij gelegd van haar zakgeld. Vijfentwintig weken lang. Bijna een half jaar. Vandaag heeft ze genoeg geld bij elkaar om het te kopen. Gisteren heeft moemoe de laatste ontbrekende euro’s, toch zo’n 30, in haar handen gedrukt. Zonder dat iemand het zag. Ze fluisterde bij het afscheid in haar oor: “Niet meer twijfelen” en drukte een natte prikzoen op haar wang.

Vijfentwintig weken geleden was het liefde op het eerste gezicht. Ze slenterde door de nog niet door toeristen ontdekte straatjes van de stad om de verveling van de dag uit haar lijf wandelen en de gedachten uit haar hoofd te bannen: de slechte toets, de BFF’s die constant aandacht willen, de jongen met de zwarte krullen die ze elke dag met de fiets kruist op weg naar school. Maar nog het meest het gekissebis van haar moeder en het gehakketak van haar vader. Wat maken die het leven moeilijk! Zou zij ook zo volwassen worden: elke dag met tegenzin de deur uit, acht uur het beste van jezelf geven op een rotjob met mensen die je eigenlijk niet leuk vindt, thuiskomen en beginnen zeuren tegen de eerste die je voor de voeten loopt, je kinderen routineus voederen, aandacht geven volgens de boekjes en op een pedagogisch verantwoord uur in bed stoppen… om daarna uitgezakt voor de tv in slaap te vallen?

Zij zal het anders doen. En ze weet al hoe. Hét geheim zit in je kleerkast: draag alleen kleren waar je blij van wordt. Niks functioneels. Of iets wat iedereen koopt omdat het ‘nu eenmaal mode is’. Of een uniform. Of, oh gruwel, kleren die je draagt alleen omdat ze ‘lekker zitten’. Zoals de broeken met een elastiek in de taille van haar moeder. Vijfen-twintig weken geleden speelden deze gedachten haasje over in haar hoofd toen ze in het uitstalraam van een klein winkeltje keek. En de jurk van haar dromen zag: wit satijn, een zweem van blauwe bloemen, touwtjesknopen, hoog gesloten hals.

Vandaag is het zover. Gewapend met 130 euro fietst ze door de stad. Naar het ontdekte winkeltje. De deurbel klingelt. De Chinese dame achter de toonbank lacht als ze haar herkent.

“Is het je gelukt?” vraagt ze met een zachte krul in haar stem. Ze knikt. Het dametje haalt een grote platte doos van onder de toonbank en opent ze. Daar tussen paars vloeipapier ligt de droom van satijn. Klaar om van haar te worden.

“Het is een echte feestjurk” zegt het dametje, wanneer ze de jurk uit de doos neemt.

“Nee”, lacht ze , “Het is een jurk voor élke dag.”

Interview met Sylvia Van Driessche

Interview met Sylvie Van Driessche. Het artikel is te lezen in Triple P Magazine nr. 10

Interview met Sylvia Van Driessche. Het artikel is te lezen in Triple P Magazine nr. 10

Ik heb meegewerkt aan het Triple P Magazine over positief opvoeden. Het magazine is een uitgave van de provincie Antwerpen in samenwerking met Kind en Gezin, de opvoedingswinkels en Triple P Belgium. Mijn bijdragen waren merendeels interviews met bekende ouders en ouders met een migratieachtergrond.

Stilleven met jonge prei

Jozef De Wolf (C Louis De Wolf)Krachtig knijpt zijn rechterhand rond de onderkant van de stengel. Ferm trekt hij het onzichtbare stuk uit de grond. In één ruk heeft hij hem in zijn hand: de eerste prei van het seizoen. Naar dit moment kijkt hij uit. Elk jaar opnieuw. Zolang hij in de stad woont, nu toch al zo’n vijftig jaar.

Vanwaar die fascinatie voor jonge prei? Hij weet het niet. Komt het doordat Moeder de Vrouw er heerlijke soep van maakte? De laatste keer zo’n vijftien jaar geleden. Of omdat het de eerste groente was die hij als broekventje kweekte? Of gewoon omdat je niet veel van de boerenstiel moet kennen om prei te kweken? Zoals zijn vader verkondigde aan iedereen die het horen wilde.

De prei die hij vandaag in zijn handen houdt is perfect: de pluizige worteltjes als verloren spinnenpoten, daarboven een witte stengel, twintig centimeter lang,  een duim dik – niet meer, niet minder – dan evenveel fris groene bladeren die uitwaaieren in laagjes als een petticoat. Zoals in de jaren vijftig mode was. Mooi om te zien, prikkelend om aan te raken als je de rokken laagje voor laagje verwijdert.

De grond waarin hij wroet, is niet van hem. Hij pacht zijn honderd vierkante meter – naast de altijd voortrazende rijksweg van de stad. Al heel lang. Van toen hij naar de stad trok om in de haven te werken. Daar was werk voor iedereen die wilde werken. En hij wilde werken, hoe meer hoe liever.

Zijn hofke is zijn vrijplaats. Zijn thuishaven toen hij pas de polders ontvlucht was, een beetje zand om het gemis te verzachten en een rustplaats om het hectische en lawaaierige gezin even achter zich te laten. Bovendien een stukje vruchtbare grond om de extra monden te voeden. Daarna een troost om het alsmaar legere nest te aanvaarden. Sinds zijn pensioen een nuttig tijdverdrijf waarbij hij zijn vrouw niet voor de voeten liep. En het nageslacht is maar wat blij met zijn ‘bio-producten’.

Vandaag is het een gedenkplaats nu hij een fractie van Moeder heeft vermengd onder de toch al vruchtbare grond van zijn stadstuintje. Eigenlijk mocht het niet van Meneer de Begrafenisondernemer: de as van zijn vrouw moest in een pot in de grond begraven of in een muur gemetseld of uitgestrooid worden op de strooiweide. Dat ze veel gelukkiger was in het stadstuintje van tien meter op tien meter dan op het uitgestrekte kerkhof, was volgens de ambtenaar van dienst geen reden om de regels te omzeilen. Ruzie maken had geen zin, dat wist hij wel, regels zijn er immers om nageleefd te worden. Maar toch had hij de kans gezien om een beetje van zijn vrouw zaliger in zijn zakdoek over te hevelen. Een paar dagen had hij met die volle zakdoek rondgelopen. Tot alle heisa voorbij was en hij naar zijn tuin kon. Hij  zocht een schoon plekje uit: daar waar de ochtendzon hem groette en de afrikaantjes welig tierden. En waar nu de prei volgroeid is.

Doorheen de jaren zijn de buren gekomen en gegaan. Eerst waren het allemaal mannen van den buiten die hun geluk in de stad en de haven kwamen zoeken maar toch met hun handen nog in de grond wilden wroeten omdat ze het gewoon waren. Daarna kwamen de mannen met volle snorren, hun vrouwen met een doekske op het hoofd en met een hele resem kinderen. Toen waren er die jonge gasten en meiskes met sandalen aan hun voeten en kameelharen jassen rond de schouders. Die hem vertelden dat hij geen vergif mocht spuiten, maar dat hij hemelbeestjes moest zoeken om de bladluizen uit zijn hof te verjagen. Alsof zij hem iets konden leren.

Nu zijn er weer nieuwe tuinders: van die schoon madammekes in bollekeskleedjes met diepe decolletés en bijpassende botten en schorten. Ze hebben hem al eens gevraagd of hij een glas wijn kwam drinken. Van die bubbeltjeswijn in hoge glazen. Maar hij bedankte. Hij vindt het toch maar niets, drinken in uwen hof. Achtereen drinkt ge overal en voor eender wat.

Hij trekt verder de jonge preistengels uit hun bedje en schikt ze in de rieten mand van Moeder. Als het stukje land leeg is, harkt hij de losgewoelde aarde aan, maakt de hark schoon met een versleten doek, vet ze in met een restje olie en zet het propere gereedschap in het tuinhuis met het dak van cementen golfplaat.

Hij bindt de mand met versleten fietsbanden op de bagagedrager aan zijn stuur. Hij werpt zijn oude been achterom – ongelooflijk hoe kwiek hij dat nog doet – en ploft met zijn achterwerk in blauwe kiel op het zadel van zijn vooroorlogse fiets. De meisjes met diepe decolletés, de mannen met snorren, de vrouwen met het doekske op hun hoofd en een resem kinderen wuiven hem na. Morgen staat hij er weer.

Bij het verlaten van de stadstuintjeswijk slaat hij de hoek om, huiswaarts. Zo’n kilometer verderop is de plaats waar al meer dan een halve eeuw zijn tafel en bed staat, waar zijn kinderen zijn opgegroeid, zijn vrouw is gestorven. Waar hij zich nooit thuis voelde.
Hij rijdt zijn straat in, de voorbijrazende auto’s achter zich latend. In zijn hoofd overschouwt hij de dag. Hij is Onze-Lieve-Heer dankbaar voor de oogst vandaag. De kinderen zullen er blij mee zijn als ze zondag binnenspringen.

Een paar meter voor zijn huis moet hij uitwijken voor een gehaaste auto. Zijn pedaal schampt langs de borduur. Hij wankelt, verliest het evenwicht, valt en botst met zijn hoofd op de kinderkopjes. Het gaat allemaal snel. Bloed op zijn slaap. Een zucht uit zijn mond. De jonge prei ligt verspreid rond zijn hoofd.

Interview met Sugar Jackson

Interview met bokser Sugar Jackson. Lees het interview in Triple P Magazine nr. 9

Interview met bokser Sugar Jackson. Lees het interview in Triple P Magazine nr. 9

Ik heb meegewerkt aan het Triple P Magazine over positief opvoeden. Het magazine is een uitgave van de provincie Antwerpen in samenwerking met Kind en Gezin, de opvoedingswinkels en Triple P Belgium. Mijn bijdragen waren merendeels interviews met bekende ouders en ouders met een migratieachtergrond.