Complexloos leven in 5 stappen

Complexloos en voluit leven

Er was eens een vriend die jarig was. Piepjong was hij niet meer. Maar echt bejaard ook nog niet. Wel miste hij, volgens mij, de durf om voluit te leven. Mijn verjaardagscadeau  was dit stappenplan. Nu zoveel jaar later haal ik het vanonder het stof. Om er zelf terug naar te leven. En om te delen met iedereen rondom me. Want zeg nu zelf: waarom zou ik het maar aan één persoon cadeau doen?
En hoe gaat het ondertussen met hem? Als ik de laatste berichten hoor, is hij er stilaan mee weg, dat complexloos leven. Ik hoop stilletjes dat mijn cadeau hem de goede richting heeft gewezen…

Complexloos en voluit leven doe je zo:

Stap 1: Hou van jezelf. Natuurlijk ben je niet perfect. Wie wel?

Stap 2: Ga niet incognito door het leven. De mensen rondom je mogen weten wie je bent. Zeker geen grijze muis. Maar wat of wie dan wel?

Stap 3: Denk niet vooraf wat ‘de anderen’ van je zullen denken. Deze gedachte verlamt je en je komt niet meer in beweging. Je zal het achteraf wel horen. Als ze er al iets van zullen denken…

Stap 4: Wees positief en pluk de dag. Als het glas halfvol is, duurt het feest langer.

Stap 5: Toon je gevoelens. De aarde gaat niet beven als je het doet. En je krijgt zoveel meer terug.

Advertenties

Een jurk voor elke dag

© Monica Carro Muiño

© Monica Carro Muiño

Ze heeft er voor gespaard. Elke week vier euro opzij gelegd van haar zakgeld. Vijfentwintig weken lang. Bijna een half jaar. Vandaag heeft ze genoeg geld bij elkaar om het te kopen. Gisteren heeft moemoe de laatste ontbrekende euro’s, toch zo’n 30, in haar handen gedrukt. Zonder dat iemand het zag. Ze fluisterde bij het afscheid in haar oor: “Niet meer twijfelen” en drukte een natte prikzoen op haar wang.

Vijfentwintig weken geleden was het liefde op het eerste gezicht. Ze slenterde door de nog niet door toeristen ontdekte straatjes van de stad om de verveling van de dag uit haar lijf wandelen en de gedachten uit haar hoofd te bannen: de slechte toets, de BFF’s die constant aandacht willen, de jongen met de zwarte krullen die ze elke dag met de fiets kruist op weg naar school. Maar nog het meest het gekissebis van haar moeder en het gehakketak van haar vader. Wat maken die het leven moeilijk! Zou zij ook zo volwassen worden: elke dag met tegenzin de deur uit, acht uur het beste van jezelf geven op een rotjob met mensen die je eigenlijk niet leuk vindt, thuiskomen en beginnen zeuren tegen de eerste die je voor de voeten loopt, je kinderen routineus voederen, aandacht geven volgens de boekjes en op een pedagogisch verantwoord uur in bed stoppen… om daarna uitgezakt voor de tv in slaap te vallen?

Zij zal het anders doen. En ze weet al hoe. Hét geheim zit in je kleerkast: draag alleen kleren waar je blij van wordt. Niks functioneels. Of iets wat iedereen koopt omdat het ‘nu eenmaal mode is’. Of een uniform. Of, oh gruwel, kleren die je draagt alleen omdat ze ‘lekker zitten’. Zoals de broeken met een elastiek in de taille van haar moeder. Vijfen-twintig weken geleden speelden deze gedachten haasje over in haar hoofd toen ze in het uitstalraam van een klein winkeltje keek. En de jurk van haar dromen zag: wit satijn, een zweem van blauwe bloemen, touwtjesknopen, hoog gesloten hals.

Vandaag is het zover. Gewapend met 130 euro fietst ze door de stad. Naar het ontdekte winkeltje. De deurbel klingelt. De Chinese dame achter de toonbank lacht als ze haar herkent.

“Is het je gelukt?” vraagt ze met een zachte krul in haar stem. Ze knikt. Het dametje haalt een grote platte doos van onder de toonbank en opent ze. Daar tussen paars vloeipapier ligt de droom van satijn. Klaar om van haar te worden.

“Het is een echte feestjurk” zegt het dametje, wanneer ze de jurk uit de doos neemt.

“Nee”, lacht ze , “Het is een jurk voor élke dag.”

Bekend terrein

Bekend terrein c AR

Dialoog © AR

De zon wringt tussen een spleet in de gordijnen

een wakkere hand schuilt tussen mijn dijen

en brengt me meesterlijk eenvoudig naar het hier

en nu op het hoogtepunt

draaien ijverige handen me honderdtachtig graden

tien vingers tellen mijn rugknopen

een voor een zeventien keer

ze voelen duwen rekken en beroeren

geruisloos veranderen ze in zacht zoekende handen

centimeter na centimeter verkennen ze

elke plooi elke glooiing elke oneffenheid

ze laten het onderdons ruisen en het lijf gewillig kreunen.

Ontpopt

Vrouwenstudies © AR

Vrouwenstudies © AR

Er was eens een vrouw. Vroeger was ze een meisje.
Mannenogen scanden haar van onder tot boven, van achter naar voor: langs haar breekbare enkels, wulpse dijen, ronde billen omhoog over haar platte buik, ontluikende borsten, ranke hals, volle lippen tot haar uitdagende blik. Gulzig laafde ze zich aan hun gehunker. Onaantastbaar.

Het leven meanderde verder. Haar enkels zijn nu sterker. Dijen en buik pronken met eretekens voor het gegeven leven. Billen en borsten dagen de zwaartekracht uit. Lachrimpels versieren haar gestifte lippen en felle ogen. Haar blik nog even gulzig.
Het popje is een vlinder geworden. Maar het meisje zit nog in de vrouw.

Tête-à-tête

18 jaar geleden nodigde hij me uit voor een etentje bij hem thuis. Ik verwachtte me aan een romantische tête-à-tête. Het tegendeel was mijn deel. Ik werd aan het werk gezet: aardappelen schillen, knolselder (in zijn herinnering, prei in de mijne) snijden, afwassen…

Het bleek alsnog een leuke avond te worden. De gastheer was onderhoudend en grappig, hij toonde oprecht interesse in mijn ó-zo-interessante-jeugdwerkleven, het (West-Vlaamse) menu was simpel maar lekker, we bleken over vele zaken hetzelfde te denken (en over een paar andere zeer tegengestelde meningen te hebben) en tegen de ochtend aan bleek hij over een topsportlichaam te beschikken. Kortom er was geen reden om onze date niet te herhalen.

berlijnEn die duurt nog altijd voort. Niet altijd even vlot en happy als de eerste keer. Soms wil de ene wat meer peper en de ander wat meer zout in het gerecht. De rollen van chef en keukenhulpje wisselen geregeld en meestal niet op voorhand overlegd. Eens in de zoveel tijd staan er onaangekondigde gasten op de stoep, door de ene hartelijk binnengelaten en door de andere de deur gewezen.

Zoals een rivier meandert ons, nu toch al 18-jarig, afspraakje verder; in een winterse storm rotsen ontwijkend, tijdens een zwoele zomer heerlijk genietend van het kalme water. En elke dag staat er weer een nieuw gerecht op het gasfornuis te pruttelen. Vaak volgens een of ander kookboek. Soms met de restjes uit de koelkast. En zo nu en dan samengesteld met te ontdekken ingrediënten. Maar altijd met goesting om het resultaat te proeven.

Middenleeftijd

MiddenleeftijdZe zijn er! En ze blijven, vrees ik. Waarschijnlijk waren ze er al langer. Maar ik merkte ze niet op. Omdat ik het niet wilde? Omdat ze niet zó zichtbaar waren? Omdat ik ziende blind was? In ieder geval, vandaag zie ik ze klaar en duidelijk: rimpels. Van die kleine aan de zijkant van mijn ogen en rond mijn mond. Kleine maar onverbiddelijke blijvers.

Sommigen noemen het ‘kraaienpootjes’. Alsof zo’n zwarte fors gebouwde vogel deze nacht zijn afdrukken op mijn gezicht heeft achtergelaten. Waarom geen ‘mussenpootjes? Mussen zijn tenminste schattige aaibare wezentjes. Bovendien hebben ze kleinere pootjes. Anderen zeggen er ‘lachrimpels’ tegen. Waarschijnlijk omdat ze zich zonder genade tonen wanneer je plezier hebt in het leven. En ik lach zo graag. Hoe moet dat nu? Alleen met geluid lachen dan maar? Dat staat zo gek. Probeer maar eens te schaterlachen zonder een waaier aan streepjes rond je ogen en mond te krijgen. Als het je lukt heb je gegarandeerd een facelift ondergaan. Of ben je jonger dan veertig.

Ziezo, het hoge woord is eruit: veertig. Zeven letters. Of één vier en één nul. Meer cijfers heb je niet nodig om dit vervloekte getal te vormen. 40 betekent ‘bejaard’ als je 16 bent zoals mijn babysitter. Voor mijn grootmoeder van 92 is 40 dan weer een synoniem voor ‘piepjong’. Alleszins is 40 een scharnierleeftijd: te oud om nog een lidkaart van het plaatselijke jeugdhuis op zak te hebben, te jong om al een plaatsje in het rusthuis te reserveren. Een middenleeftijd ook: al een koffer vol levenservaring, maar met nog minstens zoveel jaar op de teller van het leven. Nog tijd genoeg dus om een heleboel te ontdekken en mee te maken. Dat hoop ik toch.

Ik heb al mijn twijfels, angsten, verzuchtingen en vragen – die de transformatie van het derde naar het vierde decennium vergezelden – bewust gedeletet: de moeilijke aanloop, de hectische overgang en de uiteindelijke berusting in mijn veertigste verjaardag.

Nu heb ik tenminste terug plaats op mijn harde schijf voor het tweede deel van mijn leven. Laat het feest beginnen!