Uitverkoren

Daar heb je ze: drie paar op een rij aan de wastafel. Naakt. Ze bewegen mee op het ritme van het tandenpoetsen. Ze staan van groot naar klein. Net de Daltons uit de Lucky Luke strips. Maar die waren met vier.

Het eerste paar is bedekt met een krullend laagje haar, peper- en zoutkleurig. Hier en daar piept er een rode pukkel doorheen. Het zijn die van een langeafstandsloper: plat, doch gespierd en met een kuiltje aan weerskanten: de David van Michelangelo. Alleen voelen deze niet steenkoud en hard aan, maar warm en zacht wanneer ik ze ’s avonds in ons gulle nest kneed en masseer, wrijvend naar een hoogtepunt.

Het tweede paar, op zo’n 30 centimeter onder het eerste, is uit hetzelfde materiaal geboetseerd: gelijkaardige kuiltjes aan de zijkanten en twee kaken die zich opspannen wanneer hij op zijn tenen staat om naar de beker op de wastafel te reiken. Nog geen weerbarstige haar te bespeuren, nog een egale donzige huid met een zweem van zomerzon. En al is hij amper acht, je herkent er de man in die hij ooit worden zal. Hoe vaak heb ik tijdens zijn eerste levensjaren die billen en de aanzet van zijn rug gestreeld en gekieteld? Zijn lijfje sidderend van genot onder mijn met lavendelolie ingesmeerde handen vragend naar meer.

En dan is er het laatste paar, 15 centimeter onder het vorige, mijn favoriete paar. Een ‘pistoletpoepje’ plaag ik altijd. De rondingen passen perfect in mijn handpalmen. Zelfs zonder ze aan te raken weet ik hoe de huid aanvoelt: als een in de zon gerijpte perzik. Net porselein, zo fijn. Ook deze billen mag ik graag strelen, liefkozen en knijpen. De jongen leidt me dan met korte woorden: daar, hier, ginder, hoger, lager. Nog even, want straks is moeder niet meer de uitverkoren billenknijper.

 
 
 
Advertenties